Na een bezinningsperiode weer de straat op

Tweede telefonisch interview met Jan Gunther, gebiedscoördinator straathoekwerk 

Toen we elkaar enkele weken geleden spraken, stond je achter de beslissing om met de straathoekwerkers niet meer de straat op te gaan. Is je standpunt veranderd?

Er is veel verschoven. De gemeente Haarlem heeft bijvoorbeeld de wens uitgesproken dat straathoekwerkers weer de straat op gaan. Wij besloten vervolgens dat weer te doen. Dit verschilt per organisatie en per gemeente. In Amsterdam is in bepaalde stadsdelen het fysieke straathoekwerk zelfs nooit gestaakt. Deze wensen zijn geen werkopdrachten. Wie in een ziekenhuis werkt, kan niet weigeren om coronapatiënten te verzorgen. Voor ons ligt dat anders, wij hebben nog de vrijheid om te kiezen of we meegaan in de wens van de verschillende gemeenten. We zijn continu met hen in gesprek.

Ga je zelf ook weer de straat op?

Ja, ik ben vrijdagavond weer ouderwets de straat op geweest in Haarlem-Noord. Ik kan op basis van één avond geen conclusies trekken, maar heb nergens groepen van twintig of dertig jongeren aangetroffen. De ernst van de situatie is zeker geland, ook bij jongeren. Wel zijn er nog groepjes van vijf of zes jongeren die samen optrekken. Ze kennen het gevaar van de boete en nemen – net als sommige volwassenen – een weloverwogen risico. Een straathoekwerker zag voordien in groepen de kans om gesprekken aan te knopen. Nu moeten we hen op hun verantwoordelijkheid aanspreken. We mogen absoluut niet het signaal afgeven dat je weer in groep af kan spreken. Maar de extra kwetsbare groep, die in deze crisis het eerst wordt getroffen, bereik je het best op straat. Die verantwoordelijkheid is doorslaggevend.

Hoe staan je collega’s erin?

Dat verschilt. Een aantal staan te popelen om weer het veld in te gaan. Een straathoekwerker gaat zelf op zoek naar zijn doelgroep, In andere vormen van zorg- en dienstverlening zijn de cliënten al in beeld, nemen ze zelf contact op met hun begeleider of zorgverlener. Jongeren die de straathoekwerker al kennen, bellen of appen ook wel. Maar de ‘nieuwe aanwas’ moet je zelf vinden en die kerntaak kan echt maar gedeeltelijk online. Ook al gebeuren er online mooie dingen, face-to-face blijft de basis. Tieners zijn bijvoorbeeld goed te bereiken via allerlei sociale media. De 18-plussers zijn zo een stuk moeilijker te vangen. 

Je hebt je ook aangemeld als chauffeur voor de Corona Express. Vrees je voor je eigen gezondheid?

Ik heb de GGD-training gevolgd. Een chauffeur die zich aan alle voorschriften en protocollen houdt, is in zo’n busje veiliger dan iemand die onbeschermd naar de supermarkt gaat. Veel angsten worden getriggerd. Het is belangrijk om kritisch naar deze angsten te kijken en weloverwogen afwegingen te maken. 

Als je in een vliegtuig neerstort, zet je eerst je eigen zuurstofmasker op, voordat je dit bij anderen doet. Ook wij hadden tijd nodig om ons te heroriënteren en een nieuw evenwicht te zoeken. Nu gaan we weer gedeeltelijk de straat op, maar we passen onze werkwijze zeker aan.

Interview door: Marie Meeusen

Dit filmpje is het resultaat van een denktank ‘online veldwerk’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *